ELECTRICITEIT - DEEL 1

 

     

BASISBEGRIPPEN

Alvorens ons in de wereld van de auto-electriciteit te storten, hier eerst even een overzicht van de basiseenheden, hun betekenis en hun onderlinge relatie :

Spanning (U) - aanduiding in Volt [ V ]
Stroom (I) - aanduiding in Ampère [ A ] of Milliampère [ mA ] (1A = 1000mA)
Vermogen (P) - aanduiding in Watt [ W ]
Weerstand (R) - aanduiding in Ohm [ Ω ]

Deze begrippen dient men te beheersen vooraleer men nieuwe kabels gaat trekken of verbruikers gaat afzekeren.

De typische gegevens die voor een electrische verbruiker worden vermeld zijn voltage en vermogen, slechts zelden de stroom die verbruikt wordt. Maar het is net deze die men moet kennen om deze verbruiker correct af te zekeren. Indien de stroom niet vermeld wordt, kan men deze nochtans gemakkelijk berekenen, omdat tussen spanning, stroom en vermogen een directe relatie bestaat :

Vermogen = Spanning * Stroom     P = U * I     1W = 1V / 1A

Als men dus het voltage en het vermogen kent, dan kan men de stroom benodigd voor deze verbruiker met deze vergelijkingen berekenen :

Stroom = Vermogen / Spanning     I = P / U     1A = 1W / 1V

Deze stroom dient men niet enkel te kennen voor een correct afzekeren, maar ook voor het bepalen van de te gebruiken stroomkabeldiameter. Stroomkabels in een auto bestaan uit koper, waarbij een kabel uit verscheidene zogenaamde kopervlechten en een isolatie bestaat. Het gebruik van deze kopervlechten in plaats van een individuele dikke draad houdt de kabel flexibeler, en verkleint de kans op een kabelbreuk met een onderbroken stroomlijn als gevolg.

Zoals elk materiaal heeft ook koper een weerstand (R), waardoor op kabels de volgende regels van toepassing zijn :

Hoe langer de kabel, hoe groter de weerstand (dubbelde lengte = dubbele weerstand)
Hoe groter de kabeldiameter, hoe kleiner de weerstand (dubbele diameter = halve weerstand)
De lengte van een kabel wordt vermeld in meter (m), de diameter in vierkante millimeter (mm²).

Wat heeft nu weerstand met spanning en stroom te maken ?  Heel eenvoudig :

Weerstand = Spanning / Stroom     R = U / I     1 Ω = 1V / 1A

Hoe groter de weerstand van een kabel, hoe groter de spanningvsal in die kabel, en hoe kleiner de spanning beschikbaar voor de verbruiker. Een kabel is dus eigenlijk ook een verbruiker, ondanks dat hij enkel tot taak heeft de stroom naar de plaats van verbruik te vervoeren. Terwijl de voltagedaling in de kabel (behalve in extreme gevallen) kan worden verwaarloosd, is dit niet van toepassing op het vermogen wat daardoor wordt verloren : als de weerstand groter wordt bij een constante spanning zal door het totaal gevraagd vermogen het warmteverlies in de kabel groter worden, wat bij teveel vermogen tot teveel warmte en in extreme gevallen zelfs tot het verbranden van de bekabeling kan leiden, een gevaarlijke zaak. Hoe goed deze omzetting kan werken zien we bij gloeilampen, ze zetten stroom om in warmte - de gloeidraad wordt heet en begint te gloeien - het resultaat is licht.

Aangezien men bij het aansluiten van een nieuwe verbruiker de kabel zelden kan verkorten, moet men de diameter verhogen om verbranden van kabels te voorkomen. Welke diameter men bij welke stroom dient te gebruiken wordt verderop uitgelegd. Uiteraard mag niets U ervan weerhouden om voor een kabel met grotere diameter te kiezen, zeker wanneer het (in de auto) gaat om lange kabels, dit om een mogelijke voltagedaling te voorkomen.

Behalve de voltagedaling in de kabel is er ook nog de voltagedaling bij de verbindingen. In vele gevallen zijn de stekkers gecorrodeerd of gewoonweg vuil, waardoor de stekkerverbinding niet meer zo goed geleidt. Het reinigen (proper schuren) van de verbindingspunten, als bijvoorbeeld een van de koplampen niet meer zo helder schijnt, kan in vele gevallen wonderen verrichten.

 



 

Laatst gewijzigd : 12 juni 2005 - 05:42