ELECTRICITEIT - DEEL 2

 

     

KABELKLEUREN

Om de individuele kabels eenvoudiger uit elkaar te kunnen houden wordt er een kleurensysteem gebruikt. Afhankelijk van het land van herkomst en de leeftijd van het voertuig kunnen deze kleuren verschillen. De kleuren zoals hieronder beschreven (DIN 72551 specificaties) zouden nochtans in elk Duits voertuig dat na de tweede wereldoorlog werd gebouwd moeten voorkomen.

Een aantal kabels zijn tweekleurig. De eerste kleur (basiskleur) dient voor de verklaring van het gebruik, de tweede kleur (identificatiekleur) wordt gebruikt voor de identificatie van de specifieke kabel (Bvb. Richtingaanwijzer links/rechts). De identificatiekleur is gewoonlijk in (draaiende) lijnvorm of in ringen op de kabel aangebracht.

De meest gebruikte kleuren (met hun afkortingen) en typische toepassingen zijn :

bruine (br)
 
kabels verbonden aan de massa
rode (ro)
 
kabels van batterij naar startmotor, alternator, contactslot en lichtschakelaars en verbruikers/zekeringen, die direct aan klem 30 verbonden zijn
gele (ge)
 
kabels voor dimlicht
witte (wi)
 
kabels voor grootlicht
blauwe (bl)
 
kabels voor controle- en signaallichten
groene (gn)
 
kabels van ontstekingsspoel naar onderbrekers
grijze (gr)
 
kabels voor achterlichten, afbakeningslichten en kentekenplaatverlichting
lila (li)
 
identificatiekleur
zwarte (zw)
 
kabels van batterij naar startmotor en van contactslot naar lichtschakelaar, ontsteking algemeen


Voor het verlichtingssysteem zijn de belangrijkste kabels in de hoofdboom als volgt gekleurd (de eerste kleur is de basiskleur) :

(gr/zw)
   
standlichten links
(gr/ro)
   
standlichten rechts
(ge)
   
dimlicht links
(ge/zw)
   
dimlicht rechts
(wi)
   
grootlicht links
(wi/zw)
   
grootlicht rechts
(zw/wi)
   
richtingaanwijzers links
(zw/gn)
   
richtingaanwijzers rechts


KABELDIAMETERS

De gebruikelijke kabeldiameters zijn 0.5, 0.75, 1.0, 1.5, 2.5, 4, 6 en 10 mm². Om stevigheidsredenen (trekbelasting) worden aparte kabels van 0.5 en 0.75 zelden of nooit gebruikt, bij langere aparte kabels neemt men best een diameter vanaf 1mm², bij kabelbundels mogen de individuele kabels uiteraard wel dunner zijn. Wat betreft kabeldikte gelden er 2 vuistregels :

- bij langdurige belasting : maximaal 5 Ampère stroom per mm² kabel
- bij kortstondige belasting : maximaal 10 Ampère stroom per mm² kabel

Bij lange kabels neemt men best een iets dikkere kabel, dit om onnodige spanningsdalingen te voorkomen wanneer de maximale belasting van de kabel wordt bereikt. Bij het ombouwen van 6 V naar 12 V kan men de oude kabels hergebruiken op voorwaarde dat deze nog in goede staat verkeren. Aangezien de spanning slechts half zo hoog was in vergelijking met 12 V, en het vermogen van de verbruikers vergelijkbaar is, zijn de kabels nu zelfs voor het dubbele van de stroomsterkte geschikt - dus geen reden om ze te vervangen.

Typisch gebruik van kabeldiktes bij 12 V :

< 2.5 A 0.5-0.75 mm² achterlicht, standlicht, binnenverlichting en controlelampjes
< 8 A 1.5 mm² richtingaanwijzer, koplamp, ruitenwisser, claxon, ...
< 16 A 2.5 mm² verzamelde kabel voor koplampen e.d.
< 20 A 4.0 mm² alternator-leidingen e.d.
< 40 A 6.0 mm² stroomtoevoer naar het contactslot en de zekeringenkast
> 40 A 16-35 mm² startmotor (afkankelijk van kabellengte en vermogen)


KLEMMENCODERING

Om de verbinding te vergemakkelijken zijn de meeste verbruikers en schakelaars voorzien van een code. In sommige verbindingsschema's wordt ook gebruik gemaakt van deze codering. De benaming van de specifieke verbindingen wordt gespecificeerd in DIN 72552. De tabel hieronder geeft een overzicht, uit deze DIN 72552 norm, van de belangrijkste verbindingen die je in de kever aantreft.

1 ontstekingspoel (laagspanning) 58 achterlichten, afbakeningslichten, kentekenplaatverlichting en instrumentenverlichting
4 ontstekingspoel (hoogspanning) 58a regelbare instrumentenverlichting
15 geschakelde Plus (ontsteking) 58b regelbare instrumentenverlichting
30 batterij Plus 58c regelbare instrumentenverlichting
31 Massa 58d regelbare instrumentenverlichting
31b geschakelde Massa 58L achterlichten, afbakeningslichten, links
49 pinkdoos ingang 58R achterlichten, afbakeningslichten rechts, kentekenplaatverlichting
49a pinkdoos uitgang 61 generator-controle
50 magneetschakelaar Steuereingang 85 Schaltrelais Antrieb Ausgang (Wicklungsende, Masse)
53 ruitenwissermotor ingang (Plus) 86 Schaltrelais Antrieb Eingang (Steuerstrom)
53a ruitenwissermotor eindafstelling (Plus) 87 relaiscontact ingang
53b ruitenwisser (Nebenschlußwicklung) 87A Wechslerrelaiskontakt 1. Ausgang (Öffner)
53c ruitensproeierpomp B+ alternator/regulator batterij Plus
53e remwikkeling B- alternator/regulator batterij Min
54 stoplicht D+ alternator/regulator dynamo Plus
56 koplamp D- alternator/regulator dynamo Min
56a grootlicht, grootlicht-controle DF alternator/regulator dynamo Field
56b dimlicht L/R Blinkkreis links/rechts (Warnblinkschalter VW)
57 standlicht X geschakelde Plus (VW), wordt onderbroken tijdens het starten
57a parkeerlicht    
57L parkeerlicht links    
57R parkeerlicht rechts    



 

Laatst gewijzigd : 12 juni 2005 - 05:42