|
|||||||||||||||||
Zijn zeilvriend Bernard De Bruyn, een student economie aan de Hogeschool in Rotterdam, zag zo'n eigen Buggy ook wel zitten, en voorzag Frits van wat kapitaal voor het maken van een mal om er voor beiden een kunststof carrosserie in te kunnen maken. Maar het bescheiden budget van de spaarcentjes bleek bij lange na niet genoeg om dit project tot een goed einde te brengen. Toen het schip halverwege dreigde te stranden wegens geldgebrek realiseerde Bernard zich dat er maar één manier was om uit de kosten te komen, namelijk niet de mal slechts voor twee auto's te gebruiken zoals oorspronkelijk de bedoeling was, maar er een kleine serie van te produceren om te verkopen. Maar daarmee begin je eigenlijk een polyester-fabriekje, een idee waar steeds meer aan gedacht werd. Eigenlijk zou een van hen zich full-time moeten gaan toeleggen op de Bruvo Road Buggy, zoals het project inmiddels gedoopt was. Frits nam ontslag op zijn werk om zich volledig te kunnen wijden aan hun geesteskind. Ondertussen hield de ijverig studerende hard werkende Bernard beiden in leven. Enige tijd later kwam het proefmodel van de BRUVO op de weg. (BRUVO is een samentrekking van de namen BRUyn en VOs). Toen de eerste carrosserieën vlot van de hand begonnen te gaan onstonden er weer nieuwe problemen. Ondanks de goede verkoop was te weinig geld om de investeringen aan te kunnen die een serieproductie nu eenmaal vergt. Bovendien bleek de oude schuur, waar de beide enthousiastelingen in weer en wind hadden staan werken, totaal niet geschikt voor het opstarten van zo'n serieproductie. Gelukkig kwam het tweetal, door een publicatie in de krant, in contact met enkele kapitaalkrachtige zakenlieden, waardoor er uiteindelijk toch een 300-tal Bruvo's gemaakt konden worden.
|
|
|
Laatst gewijzigd : 11 februari 2005 - 20:06 |