KENTEKENPLATEN

 

     

Koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.
(B.S. 08-08-2001)


Hoofdstuk II : Inschrijvingsprocedures en -documenten

Afdeling 5 : De kentekenplaten. 

Artikel 20

§ 1. Er bestaan verschillende categorieën kentekenplaten die respectievelijk bestemd zijn voor de hiernavolgende groepen van tenaamgestelden van een inschrijving :

een gewone kentekenplaat met een normaal opschrift, voor de personen die een gewone aanvraag tot inschrijving of herinschrijving hebben ingediend;

   

een bijkomende kentekenplaat met een bijzonder opschrift voor de personen vermeld in § 2, en hierna een «Hof»-, een «A»- een «E»- of een «P»-kentekenplaat genoemd, naargelang het geval;

     

een tijdelijke kentekenplaat van korte duur, voor de personen vermeld in artikel 5, § 1, 4° tot 11° en hierna een transit-kentekenplaat genoemd voor de houders van een inschrijving in transit en een voorlopige kentekenplaat voor de houders van een voorlopige inschrijving;


Transit-plaat 
 
Voorlopige plaat

een tijdelijke kentekenplaat van lange duur, voor de personen vermeld in artikel 5, § 1, 1° tot 3°; en hierna een internationale kentekenplaat genoemd;

een bijzondere kentekenplaat voor de personen vermeld in § 3 en hierna een « EUR » of een « EUROCONTROL » kentekenplaat genoemd, naargelang het geval;

     

een diplomatieke kentekenplaat, voor de personen vermeld in § 4, en hierna "CD" kentekenplaat genoemd.

Artikel 21

De minister bepaalt afmetingen, vorm, kleur, opschrift en grafie van de kentekenplaten en de reproducties.

Artikel 22

De directie Wegverkeer reikt voor elk ingeschreven voertuig één gewone of bijzondere kentekenplaat uit aan de aanvrager van de inschrijving of aan zijn lasthebber. Zij kan echter ook een bijkomende kentekenplaat met bijzonder opschrift of een bijkomende « CD »-kentekenplaat uitreiken aan de personen of de instellingen respectievelijk vermeld in artikel 20, § 2 en § 4.

Bij elke nieuwe inschrijving reikt de directie Wegverkeer een nieuwe kentekenplaat uit, tenzij de aanvrager in zijn aanvraag heeft te kennen gegeven dat hij de kentekenplaat van een ander voertuig dat reeds op zijn naam was ingeschreven, wil plaatsen op het nieuw ingeschreven voertuig, hetgeen echter niet mogelijk is indien hem een tijdelijke kentekenplaat van korte duur werd uitgereikt.

Elke tenaamgestelde van een inschrijving mag ook om de toekenning van een nieuwe kentekenplaat met een ander inschrijvingsnummer voor een reeds op zijn naam ingeschreven voertuig verzoeken. Zulke herinschrijving kan slechts gebeuren tegen de inlevering van de vorige kentekenplaat.

De uitreiking van kentekenplaten geschiedt overeenkomstig artikel 16, § 4.

Artikel 23

Wat de gewone kentekenplaten betreft, reserveert de leidend ambtenaar of zijn gemachtigde het inschrijvingsnummer dat beantwoordt aan de keuze van de persoon die er vooraf om verzocht heeft, voorzover dat nummer beschikbaar is.

Het inschrijvingsnummer wordt gereserveerd zodra de daartoe bepaalde retributie betaald is. Voor elke reservering van een nieuw inschrijvingsnummer is een retributie verschuldigd.

De aanvrager dient binnen drie maanden na de reservering de aanvraag in tot inschrijving of herinschrijving van zijn voertuig onder dit gepersonaliseerd opschrift. Na het verstrijken van deze termijn vervalt de reservering van het gepersonaliseerd opschrift, tenzij de leidend ambtenaar of zijn gemachtigde de termijn van reservering met twee maanden verlengt op basis van een gemotiveerd verzoek.

De inschrijving of herinschrijving van een voertuig onder een gepersonaliseerd opschrift wordt beschouwd als een gewone inschrijving of herinschrijving en geeft aanleiding tot de betaling van de retributie die daartoe voorzien is.

Artikel 24

§ 1. De directie Wegverkeer reikt een duplicaat uit voor de vervanging van een versleten, beschadigde of onleesbaar geworden kentekenplaat. De vervangen kentekenplaat verliest haar geldigheid door de vervanging. Geen duplicaat wordt uitgereikt dan tegen inlevering van de vorige kentekenplaat. 

§ 2. Als overeenkomstig artikel 32, § 1 wordt aangetoond dat de kentekenplaat waaronder het voertuig is ingeschreven verloren, gestolen of tenietgegaan is, wordt het voertuig heringeschreven.

Indien het echter gaat om verlies, diefstal of vernietiging van een bijkomende kentekenplaat met bijzonder opschrift of een « CD »-kentekenplaat kan de houder ervan een duplicaat van de kentekenplaat verkrijgen overeenkomstig de bepalingen van artikel 32, § 1.

§ 3. De aanvraag tot het bekomen van een duplicaat gebeurt overeenkomstig de bepalingen van afdeling 2.

 

Afdeling 6 : Overdracht van kentekenplaten. 

Artikel 25

§ 1. Een gewone kentekenplaat mag met instemming van de houder ervan worden overgedragen op naam van de echtgenoot, van de wettelijke samenwonende, of van één van de kinderen van de houder, indien het voertuig van de houder of een ander voertuig tegelijkertijd wordt ingeschreven onder het nummer van die kentekenplaat.

Indien de houder overleden is mag diens gewone kentekenplaat eveneens worden overgedragen op naam van de overlevende echtgenoot, van de wettelijke samenwonende of van één van zijn kinderen indien het voertuig van de houder of een ander voertuig tegelijkertijd wordt ingeschreven onder het nummer van die kentekenplaat.

In beide gevallen vervalt de inschrijving op naam van de oorspronkelijke houder van zodra het voertuig op een andere persoon wordt ingeschreven.

§ 2. In de voormelde gevallen wordt het bewijs van het huwelijk, de wettelijke samenwoning, de afstamming, de wettelijke adoptie of het overlijden geleverd door de gemeentelijke overheid.

De overdracht van een kentekenplaat wordt beschouwd als een geval van gewone inschrijving. Het akkoord wordt gegeven op het formulier vermeld in artikel 11, § 1.

 

Afdeling 7 : Retributies. 

Artikel 26

Voor de volgende administratieve bewerkingen worden de respectievelijke retributies geheven ten laste van de aanvrager:

voor het reserveren van een gepersonaliseerd opschrift bestaande uit vijf tekens : 874 EUR;
voor het reserveren van een gepersonaliseerd opschrift bestaande uit zes tekens : 620 EUR;
voor een inschrijving met een nieuwe kentekenplaat : 31 EUR;
voor een inschrijving met behoud van de kentekenplaat : 31 EUR;
voor de uitreiking van een afschrift van het kentekenbewijs : 31 EUR;
voor een herinschrijving : 25 EUR;
voor de uitreiking van een duplicaat van het kentekenbewijs : 25 EUR;
voor de uitreiking van een duplicaat van de kentekenplaat : 25 EUR;
voor een wijziging van de oorspronkelijke inschrijving betreffende de naam van een handelsvennootschap die gepaard gaat met de wijziging van haar BTW-nummer : 25 EUR;
10° voor de overige wijzigingen van de oorspronkelijke inschrijving bedoeld in artikel 15, § 1 : 12,50 EUR;
11° voor de verlenging van een tijdelijke inschrijving : 12,50 EUR.

Artikel 27

De krachtens artikel 26 verschuldigde bedragen worden als volgt gekweten :

voor een gepersonaliseerd afschrift, zoals bedoeld in artikel 26, 1° en 2° : door middel van een overschrijving of een storting op een rekeningnummer geopend op naam van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Vekeersveiligheid-Ontvangsten, volgens de onderrichtingen van de leidend ambtenaar;

voor de andere gevallen : door middel van fiscale zegels of betalingstechnieken die ter vervanging van de fiscale zegel met het oog op de kwijting van voornoemde bedragen, door de Minister van Financiën worden vastgesteld.

De zegels worden in hun geheel op het aanvraagformulier gekleefd en onbruikbaar gemaakt op de wijze voorgeschreven door artikel 13 van het Regentsbesluit van 18 september 1947 betreffende de uitvoering van het Wetboek der zegelrechten.

 

Hoofdstuk III : Bijzondere bepalingen

Afdeling 1 : De plaatsing van de kentekenplaat en haar reproductie op het voertuig. 

Artikel 29

De kentekenplaat wordt achteraan het voertuig aangebracht, hetzij in het midden, hetzij aan de linkerzijde. Als de bouwer van het voertuig daarvoor een plaats heeft voorbestemd, wordt daarvan gebruikgemaakt. 

De kentekenplaat en haar reproductie moeten zich bovendien in een nagenoeg verticaal vlak loodrecht op het symmetrievlak van het voertuig bevinden en wel met hun bovenrand op hoogstens twee meter boven de grond en hiermee evenwijdig.

Zij worden stevig aan het voertuig vastgemaakt. Zij blijven ten alle tijde zichtbaar en overdag bij helder weer leesbaar op een afstand van tenminste veertig meter.

Deze leesafstand wordt terug gebracht op tenminste 30 meter voor kentekenplaten of reproducties die kleiner zijn dan het Europees formaat voor autoplaten (520 mm x 110 mm) en tot 20 meter voor kentekenplaten voor motorfietsen

Artikel 30

Aan de voorzijde van het voertuig wordt, in het midden of links daarvan een reproductie van de kentekenplaat bevestigd.

Een reproductie van de kentekenplaat van het trekkend voertuig wordt, op dezelfde wijze als beschreven in artikel 29, eerste lid, aangebracht op zijn aanhangwagen die behoort tot een van de categorieën vermeld in artikel 2, § 2, 4° tot 9°.

Als de aanhangwagen van een in België ingeschreven voertuig niet in België is ingeschreven, dan wordt op die aanhangwagen een reproductie bevestigd van de kentekenplaat van het trekkend voertuig. Als die aanhangwagen reeds een nummerplaat draagt van een ander land, dan mag deze door die reproductie niet bedekt worden.

Als achteraan op het voertuig of op zijn trekhaak een fietsdrager wordt gemonteerd, wordt ook op die fietsdrager een reproductie van de kentekenplaat aangebracht.

In alle hiervoor beschreven gevallen vertoont de reproductie een retroflecterende achtergrond.

Artikel 31

§ 1. Elke handeling die uitgevoerd wordt op een kentekenplaat of haar reproductie, of in de onmiddellijke nabijheid ervan, en die aanleiding geeft tot verwarring met betrekking tot de inhoud van hun opschrift, is verboden.

Het boren van gaten in de kentekenplaat of in haar reproductie mag evenmin aanleiding geven tot verwarring met betrekking tot de inhoud van hun opschrift.

§ 2. De kentekenplaat en haar reproductie mogen in geen geval overdekt worden, zelfs niet met een doorzichtige stof.

 

Afdeling 2 : Verlies van het kentekenbewijs of van de kentekenplaat. 

Artikel 32

§ 1. De tenaamgestelde van de inschrijving, doet bij een politiedienst onverwijld aangifte van het feit dat zijn kentekenbewijs, een deel van zijn kentekenbewijs of zijn kentekenplaat zijn verloren, gestolen of teniet gegaan.

Als slechts een gedeelte van een meerdelig kentekenbewijs verloren, gestolen of vernietigd is, voegt de aanvrager het resterende gedeelte bij zijn aangifte.

De betrokken politiedienst geeft aan de tenaamgestelde van de inschrijving een attest af waarin de aangifte wordt vastgesteld en brengt in voorkomend geval een stempel aan op het overgebleven deel van het meerdelig kentekenbewijs dat voortaan integraal deel uitmaakt van dit attest.

De aangever hecht op zijn beurt dit attest onmiddellijk aan zijn aanvraag tot herinschrijving, tot het verkrijgen van een duplicaat van kentekenbewijs of kentekenplaat of tot het bekomen van de schrapping van het inschrijvingsnummer van zijn kentekenplaat.

Indien echter de aangever het voertuig niet meer gebruikt en de bedoeling heeft het voertuig waarop het verloren, gestolen of teniet gegaan kentekenbewijs betrekking heeft te verkopen of af te staan, bezorgt hij het attest aan de volgende eigenaar.

§ 2. De per gewone post verzonden kentekenbewijzen of kentekenplaten die niet bij de bestemmeling werden afgeleverd en niet bij de directie Wegverkeer zijn teruggekeerd, worden de eerste veertien dagen na de datum van inschrijving niet vervangen.

Na de vijftiende dag tot twee maand na de datum van inschrijving kan de houder van de inschrijving, op basis van een verklaring onder ede, hetzij een duplicaat van het niet ontvangen kentekenbewijs, hetzij een herinschrijving inzake een niet ontvangen kentekenplaat of tijdelijk kentekenbewijs aanvragen.

Vanaf twee maand na de datum van inschrijving worden het onbestelbaar kentekenbewijs en de onbestelbare kentekenplaat die ondertussen niet op de directie Wegverkeer zijn teruggekeerd, beschouwd als verloren of teniet gegaan.

In dat geval mag de tenaamgestelde van de inschrijving slechts om een duplicaat of om een herinschrijving verzoeken op basis van het attest bedoeld in paragraaf 1.

Onmiddellijk na hun vervanging verliezen het onbestelbaar kentekenbewijs en de onbestelbare kentekenplaat hun geldigheid.

Artikel 33

Wie een kentekenbewijs, een deel ervan of een kentekenplaat vindt, geeft die af bij de dichtst bijgelegen politiedienst. Deze stuurt het gevonden voorwerp zo snel mogelijk terug aan de directie Wegverkeer, onverminderd de bepalingen van artikel 36.

Indien de tenaamgestelde van een verloren gegaan of gestolen kentekenbewijs, deel van een kentekenbewijs of kentekenplaat terug in het bezit ervan komt nadat hij een nieuw exemplaar heeft bekomen of nadat het inschrijvingsnummer van de kentekenplaat ondertussen geschrapt werd, bezorgt hij het teruggevonden exemplaar onmiddellijk terug aan de directie Wegverkeer.

 

 

Ministerieel besluit van 23 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.
(B.S. 08-08-2001)


Hoofdstuk III : Kentekenplaten voor auto's en aanhangwagens

Afdeling 1 : Algemene bepalingen.

Artikel 3

§ 1. De kentekenplaten van de auto's en de aanhangwagens bestaan uit een metalen plaat met een opschrift, een reliëfstempel en diverse veiligheidselementen.

De hoeken van de plaat zijn afgerond. Over gans de omtrek van de kentekenplaat loopt een afgeronde boord.

De grond van de kentekenplaat is retroflecterend.

§ 2. De kentekenplaten zijn 340 millimeter breed en 110 millimeter hoog. De boord is 5 millimeter breed.

Het opschrift, de stempel en de boord zijn in een reliëf van 1 millimeter ten opzichte van de grond van de kentekenplaat.

Het opschrift bestaat uit rechte, genormaliseerde, schrifttekens. Die tekens kunnen cijfers of letters zijn. De cijfers of letters zijn 70 millimeter hoog en 35 millimeter breed. Het cijfer 1 daarentegen is 20 millimeter breed terwijl de letter I slechts 9 millimeter breed is.

De streepdikte bedraagt 9 millimeter. Het scheidingsstreepje is 12 millimeter breed en 6 millimeter hoog.

§ 3. De afmetingen van de kentekenplaat en haar schrifttekens gelden echter niet voor de commerciële kentekenplaten of voor de gewone kentekenplaten toegekend bij de inschrijving van aanhangwagens.

§ 4. De reliëfstempel is ovaal van vorm, bevat de gestileerde letters « C » en « V » en heeft dezelfde kleur als de boord van de kentekenplaat. Hij is 20 millimeter hoog en 12 millimeter breed.

 

Afdeling 2 : Gewone en bijkomende kentekenplaten.

Artikel 4

§ 1. De gewone kentekenplaat heeft een witte grond. Opschrift en boord zijn rood.

     

Het opschrift bestaat uit een combinatie van drie letters gevolgd door drie cijfers, of uit de combinatie van hetzij één letter met vier cijfers, hetzij twee letters met drie cijfers. De letters worden door een streepje van de cijfers gescheiden : in het centrum van de kentekenplaat voor de eerstvernoemde combinatie, voor de andere combinaties onderaan de plaat. 

§ 3. Kentekenplaten waarvan de groep letters begint met « O » worden toegekend bij de inschrijving van de voertuigen vermeld in artikel 2, § 2, 7°, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.

Het opschrift bestaat uit de combinatie van drie letters gevolgd door drie cijfers. De letters worden door een streepje van de cijfers gescheiden.

§ 4. Kentekenplaten waarvan de groep letters begint met « U » of « Q » worden toegekend bij de inschrijving van aanhangwagens.

Voor aanhangwagens   Voor aanhangwagens

Deze kentekenplaten hebben een witte grond. Opschrift en boord zijn zwart.

Ze zijn evenwel 520 millimeter breed en 110 millimeter hoog.

Het opschrift bestaat uit drie letters gevolgd door drie cijfers alsook uit een Europees symbool. De letters worden in het centrum van de kentekenplaat door een streepje van de cijfers gescheiden.

De cijfers en letters zijn 75 millimeter hoog en 45 millimeter breed. Het cijfer 1 daarentegen is 25 millimeter breed terwijl de letter I slechts 11 millimeter breed is. De streepdikte bedraagt 11 millimeter. Het scheidingsstreepje is 18 millimeter breed en 11 millimeter hoog.

Het Europees symbool bevat een blauwe rechthoekige zone die tegen de linkerboord van de plaat ligt. Die zone is 100 millimeter hoog en 45 millimeter breed en vertoont onderaan een witte letter B als onderscheidingsteken van het land, met daarboven een kring van twaalf vijfpuntige, gele sterren. Grond, sterren en het onderscheidingsteken van het land zijn retroflecterend.

 

Hoofdstuk V : Reproducties van kentekenplaten

Artikel 16

§ 1. De afmetingen, vorm, kleur, opschrift en grafie van de reproductie zijn nagenoeg identiek aan de kenmerken van de overeenstemmende kentekenplaat met hetzelfde nummer.

§ 2. In tegenstelling tot de bepalingen van de eerste paragraaf mogen de gewone en tijdelijke kentekenplaten voor auto's eveneens gereproduceerd worden met de afmetingen, de vorm, de grafie en het Europees symbool die in artikel 10 werden bepaald.

§ 3. Het vignet voor tijdelijke of commerciële kentekenplaten dient niet op de reproductie te worden weergegeven.

 



 

Laatst gewijzigd : 12 juni 2005 - 05:42